Bij de geboorte zijn pups, qua uiterlijk, zeer gelijkvormig. Hun gewicht varieert van 100 (yorkshire terrier) tot 500 gram (mastiff) maar om al te herkennen om welk ras het gaat is vaak moeilijk zeker wanneer de moeder niet aanwezig is. Zelfs ervaren kynologen kunnen hiermee lelijk op hun neus kijken. Behalve dat hoofd en lichaamsvorm per ras zo goed als gelijk zijn, zijn ook kleur en beharing vaak nog aan grote veranderingen onderhevig tijdens de opgroei. Een zeer jonge pup lijkt dus vaak nog helemaal niet op de uiteindelijke hond die hij gaat worden.
Voor wat betreft de kleur zijn de dalmatiner en australian cattle dog zeer goede voorbeelden. Beiden worden wit met een of meerdere duidelijke, grote, vlekken geboren. De bekende “rijst met krenten” vlekken van de dalmaat en de gespikkelde vacht van de cattledog laten zich pas in de loop der weken zien. Een zilvergrijze hond wordt veelal zwart geboren, zo ook de peper en zout schnauzer, en diverse terrierrassen laten als boreling zeer weinig van hun tan-patroon zien. Zeer sterk gekrulde vachten laten al in de eerste uren na hun geboorte een golving van de beharing zien, vele anderen blijven enige tijd, dagen, een kortharig uiterlijk houden. Net als bij mensen is de beharing van veel zachtere en vaak dunnere structuur dan de volwassen haardos. Na enkele weken zal deze puppyvacht dan ook wat piekerig af gaan staan en is daaronder de nieuwe vacht zichtbaar.

Van belang voor iedere hond, maar zeker voor exemplaren van de diverse trimrassen, is het leren omgaan met gekamd en geborsteld te worden. De zachtere, dunnere puppyvacht leent zich uitstekend voor deze oefening. Voor het klitvrij houden is kammen en borstelen nog niet echt noodzakelijk en de pup leert op een vrij makkelijke wijze dat dit ritueel bij het verdere leven hoort. Kammen en borstelen dient vanaf het begin als een serieuze zaak gezien te worden. Speels happen in kam of borstel kan dus niet geaccepteerd worden.
Wanneer het kammen en borstelen op een tafel gebeurt zal dit een prima uitwerking hebben op de rug van de baas, begrijpt de pup eerder dat het geen speelkwartier is en is hij ook vast voorbereidt op de situatie in de trimsalon. Voor diverse rassen wordt het bezoek aan de trimsalon namelijk onderdeel van hun leven. Een frequentie van 12 tot 2 maal per jaar kan heel normaal zijn. Wat is er mooier dan wanneer de hond dit zonder angst en vrijmoedig ondergaat. De fokker en eigenaar kunnen hier de ondergrond voor leggen.
Aan de hand van 2 praktijk voorbeelden laten we het verschil zien tussen een optimale en een mindere gewenning aan kammen, borstelen en trimmen;
Basje, een abrikoos poedel, was 9 maanden oud toen hij voor het eerst bij de trimsalon werd gebracht. Zijn baasjes hadden bij het maken van de afspraak vermeldt dat hij nogal in de vacht zat en niet van kammen en borstelen hield……..Bij binnenkomst hadden we even moeite om de voor en achtkant van elkaar te onderscheiden maar gelukkig sprong hij vrolijk tegen ons op en probeerde onze handen te likken, DAT moest dus de voorkant zijn. Bij nadere inspectie van de vacht bleek onder de rastakrullen een ware viltlaag te zitten, er was dus geen mogelijkheid voor een mooie puppyknip, kortscheren was de enige optie om van deze vacht verlost te raken.
Basje kreeg eerst de gelegenheid om wat rond te kijken en aan de geluiden van föhns en scheermachines te wennen. Na een halfuurtje was het tijd voor zijn metamorfose. Basje werd op tafel getild en voor zijn eigen veiligheid aan een halsbandje vastgezet. De paniek sloeg toe, Basje had nog nooit op een tafel gestaan, laat staan vastgebonden. Met alle geweld wilde hij weg, springen, trekken piepen we hadden onze handen vol aan hem. Toen hij wat gekalmeerd was introduceerden wij de tondeuse. Wederom een rolberoerte voor Basje, nog nooit eerder was zo’n machine zo dicht bij hem geweest. Uiteindelijk hebben we Basje met z’n tweeën moeten behandelen. 1 trimmer om hem rustig te houden en te zorgen dat hij in zijn paniek niet zichzelf zou beschadigen en 1 trimmer om het eigenlijke werk te leveren. Na 2 en een half uur was hij een zeer slank hondje met stakerige pootjes geworden maar een die zich in ieder geval weer normaal kon bewegen en weer uit z’n ogen kon kijken zonder hiervoor zijn lokken over z’n schouder te moeten gooien. Of Basje een fijne eerste ervaring had? Nee dus, hoogstwaarschijnlijk zal hij ons trimmers nooit aardig gaan vinden. Helaas, voor Basje, maar ook voor alle trimmers die dit vak hebben gekozen omdat ze graag op een leuke manier met honden omgaan en zich deze mogelijkheid ontnomen zien door de manier waarop ze Basje hebben moeten trimmen, door de toestand waarin zijn vacht zich bevond en zijn onvermogen om zich met 9 maanden nog aan te passen aan de situatie in de trimsalon.
In dezelfde week had ook Boris een afspraak, ook 9 maanden maar een Airedale Terrier. Boris kwam kwispelend binnen, de bak met koekjes wist hij nog te staan en hij ging er netjes voor zitten. Boris kwam niet voor het eerst. Met 15 weken kwam hij voor het eerst, maakte hij met z’n lompe puppyvoeten onze trimsalon onveilig, rende door de haren en probeerde de bezem te vangen als wij veegden. Ook stond hij die keer een uurtje op de trimtafel. Hij werd geborsteld en gekamd en zijn puppypluis werd uitgeplukt. Aangezien dit dus een redelijk dun laagje is, was het plukken voor Boris en ons een kleine moeite en vond hij het helemaal niet erg. Op tafel staan had hij trouwens al bij de fokker geleerd die hem iedere dag even op de tafel zette, zijn oren en ogen bekeek, zijn gebit inspecteerde en hem even in “showstand”zette. De eigenaar had dit trouw voortgezet. Na deze 1e keer huppelde Boris vrolijk met z’n baas de deur uit onderweg nog eens omkijkend of hij niet echt nog een koekje kon bietsen. Met Boris’ baas was de afspraak gemaakt dat hij iedere 2.5 maand getrimd zou worden. De huidige afspraak van Boris was dus de 3e maal in zijn leven in de trimsalon. Behalve de koekjes weet hij ook waar “zijn” tafel is en zet er zelfs al zijn voorvoeten op om een kontje te krijgen. Tijdens het trimmen deelt hij pootjes uit aan iedereen die voor zijn tafel langsloopt. Het plukken van zijn billen vindt hij niet echt succesvol maar na een vermanend woord van ons legt hij zich bij de situatie neer, het leven van een airedale gaat nu eenmaal niet altijd over rozen. Na de plukbeurt gaat hij rustig in een hok liggen wachten tot zijn baasje hem weer komt halen. Trimmen is stress voor een hond? Niet voor Boris in ieder geval. Door een goede voorbereiding van fokker en eigenaar, het bijtijds inschakelen van de trimsalon is een trimbeurt voor Boris de normaalste zaak van de wereld.
Het spreekwoord; Jong geleerd is oud gedaan gaat dus zeker ook op voor puppy’s die vachtverzorging nodig hebben in hun verdere leven. Uw pup zal u zijn leven lang dankbaar zijn en ook de trimmers doet u hier veel plezier mee. Voor vragen, advies of een vrijblijvend kennismakingsuurtje; ook bij u in de buurt is een trimsalon die hier graag tijd voor vrij maakt.
Tekst Rosita Compagner voor Onze Hond














